Redactioneel no.1, 2011

Max Bruinsma, 14 februari 2011

Klaar

Orwelliaans affirmatief taalgebruik in regeringsteksten over de kunsten.

In de Amsterdamse binnenstad kom je dezer dagen een puike illustratie tegen van het soort hysterische wensdenken dat onze cultuur toenemend doorstroomt. Het soort idealisme dat stelt dat het einddoel eigenlijk al is bereikt, al zijn er nog wat storende details. Maar die worden opgeruimd. ‘Amsterdam is er klaar mee’, is de tekst die overal in de hoofdstad verkondigt dat we allemaal op hetzelfde spoor zitten, dat we het collectief roerend eens zijn. Waarover? Nou, over dat er niet gediscrimineerd wordt in Amsterdam, en dat we met mekaar staan voor de rechten van homo’s, Joden, buitenlanders, andersgekleurden en anderszins (ogenschijnlijk) afwijkende medeburgers. Ron Kaal: “Geen slag om de arm, geen voorbehoud van misschien of mogelijk. Het is een hamerstuk.” Deze op tientallen posters in de stad uitgedragen declaratie wordt kracht bijgezet door een in dit verband bijna nostalgisch aandoende herinnering aan de tijd dat nog niet iedereen klaar was met de nu algemeen gedeelde opvatting: ‘Joden bedreigen’, ‘Homo’s in elkaar slaan’, das war eimal. Door die illustrerende zinnen staan telkens drie kruizen – het Amsterdamse stadsteken en universeel symbool van ‘klaar mee’.

Waarom, vraag je je af, moet iets dat zozeer ‘klaar’ is, zo nadrukkelijk uitgedragen worden? Daar zit ’m natuurlijk de kneep. De hele verbale en visuele retoriek van de campagne, ontworpen door reclamebureau N=5, is erop gericht te verbloemen dat we er helemaal nog niet klaar mee zijn. Sterker, dat discriminatie met hernieuwde kracht de kop op lijkt te steken en dat dat onrustbarend is. In de affiches wordt deze ongewenste realiteit met mythisch wensdenken bestreden. Chris Reinewald: “Roland Barthes duidt cultuur – ook die uit de onderbuik – als mythevorming.” Het hysterische zit ’m in de zwaar aangezette affirmatie van iets dat overduidelijk niet zo is.Zoiets als heel hard roepen: “Ik ben rustig!” De Amsterdamse campagne illustreert het verdwijnen van het voorbehoud uit de Nederlandse politieke en maatschappelijke cultuur. Er wordt iets gesteld, en daarmee zijn we er klaar mee – het is het gelijk van de reclameslogan.Viveka van de Vliet: “Een half ontblote man met een goddelijke sixpack krijgt in een reclame-uiting voor Cup-A-Soup de volgende pay-off mee: ‘Er zit niets in maar het is wel lekker’.” Dat er nog een anderzijds bestaat, of dat de werkelijkheid niet meedoet, moet de andere zijde of de werkelijkheid zelf maar weten. Wij zijn er klaar mee. Nu mag het natuurlijk zo zijn dat iemand die iets graag wil, dat als wenkend perspectief, ja als noodzakelijk doel verkondigt. Verleiding is niet voor niets een millennia oude retorische tactiek. Catalogtree: “Het is belangrijk dat je je publiek bij de hand neemt en zegt ‘kijk, híer moet je naar kijken, dit is belangrijk’.” Maar die oude retorica schrijft ook voor dat de verleidelijk gebrachte overtuiging met argumenten wordt gestaafd en liefst op feiten is gestoeld. In de ‘klaar mee’-retoriek worden feiten als achterhaald weggezet en wensen als feiten gepresenteerd.

Een vergelijkbaar Orwelliaans affirmatief taalgebruik kom je tegen in de weinige regeringsteksten over de kunsten. Big Brother die met zachte stem zegt dat de kunsten erg belangrijk zijn en daarom gesteund zullen blijven worden. Zozeer zelfs, dat er minder gemeenschapsgeld aan hoeft te worden uitgegeven omdat veel burgers zelf het belang van kunst inzien en ervoor willen betalen, terwijl de overheid krap zit. Ook omdat kunstenaars en ontwerpers goed begrijpen wat de mensen willen zien en daardoor in staat zijn hun eigen broek op te houden. Dat er een anderzijds is, dat er een voorbehoud gemaakt kan worden, dat er ooit geldige argumenten waren om de kunsten te beschermen tegen de tucht van de markt, laat deze zalvende retoriek niet toe – hij is geheugenloos. Marc Rutte: “Kunst vervult veel rollen, ook die van R&D afdeling van de samenleving. Maar dan moet de marketingafdeling niet te weinig ruimte laten voor onderzoek en ontwikkeling.” Is het toeval dat de OCW-subsidie aan Het Geheugen van Nederland, het nationale digitaliseringsproject voor Nederlands cultureel erfgoed, per dit jaar stopt? De regering benadrukt het belang van erfgoed en innovatie en helpt verdere groei van een innovatief erfgoedproject om zeep.Els van der Plas:“Je kunt veilig zeggen dat de aangekondigde bezuinigingen op de cultuurbegroting en op innovatiesubsidies ten koste zullen gaan van de experimentele infrastructuur in Nederland.” De erfgoedinstellingen die denken de dans te ontspringen op basis van de regeringsmantra dat het Nederlandse culturele erfgoed bij de noodzakelijke bezuinigingen wordt ontzien, moeten hun knopen tellen. Marc Vlemmings: “Deze sector heeft kennelijk een iets betere lobby, al blijft het uitstel van executie.”

Intussen doet de kunstensector niet veel anders dan de heersende retoriek te echoën. Ook de cultuur schreeuwt dat ze er klaar mee is. En ook daar overheerst het wensdenken: dat het wel mee zal vallen omdat de politiek, en anders het electoraat, inziet dat er toch wel erg veel teloor gaat en dat de soep niet zo heet wordt gegeten. Want de kunsten zijn goed voor de mens en de wereld. Martijn Engelbregt: “Ik kan me geen kunstenaar voorstellen die er niet van droomt de wereld beter te maken, en mooier.” Nu hebben cultuurmakers daar gelijk in, maar ze moeten dat gelijk wel opnieuw krijgen. Klaarblijkelijk zijn we nog niet klaar met de combinatie van verleiding en argumentatie die de overtuiging dat de kunsten overheidssteun behoeven moet staven – de gangbare argumenten werken in ieder geval niet meer zo goed. Er is behoefte aan een ‘nog-niet-klaar-mee’ retoriek, die beargumenteerd ingaat tegen de heersende politieke mythes. Els Kuijpers: “Volgens Slavoj Žižek zijn er geëngageerde antikapitalisten genoeg, maar weinigen zijn bereid het huidige neoliberaal-democratische raamwerk te bevragen.” Een argumentatie die niet klaar is met voldongen feiten, maar ze gebruikt als materiaal voor een nieuw ontwerp. Jules Deelder: “Binnen de perken zijn de mogelijkheden even onbeperkt als daarbuiten.”

 

 

 

... reageer